Händel on opera

a multimedia recital
during the recital Händel tells his story in voice over
and pictures of singers and places are projected
Peter de Groot, altus
& The Northern Consort:
Hanneke Wierenga, viool
Johanna Huszca, viool
Emma Alter, altviool
Bas van Hengel, cello
Vincent van Laar clavecimbel
Vincent van Ballegooijen, barokhobo
All music by Dr. Georg Friedrich Händel (1685-1759)
1. Di quel bel che m’innamorata uit: Flavio 1723
2. Ouverture (allegro) uit: Giustino 1736
3. Io languisco Cantate 1714
4. Se’l mio mal uit: Silla 1714
5. Quando mai spietato uit: Radamisto 1720
6. Al lampo dell armi uit: Giulio cesare 1723
7. Nel tuo seno uit: Giulio cesare 1723
8. Sinfonia uit: Giulio cesare 1723
9. Spero per voi uit: Sosarme 1732
10. Dove sei uit: Ottone 1722
11. Il mio valore uit: Sosarme 1732
Pauze
12. Ouverture (1e deel) uit: Faramondo 1737
13. Ouverture (2e deel) uit: Arianna 1733
14. Ta le stupor & cor ingrato uit: Rinaldo 1711
15. Se non ho l ‘idol mio uit: Berenice 1737
16. Concerto 1740
17. As with rosy steps uit: Theodora 1749
18 Heroes when with glory burning uit: Joshua 1748
toelichting
Veel Händel en een beetje opera.
Dit is een vreemd concertprogramma. Het is gewijd aan de operaperikelen van Händel in Engeland. Gezongen door een zanger die opera haat, maar dol is op de muziek van de grote meester. Het idee van The Northern Consort was in kleine bezetting die prachtige, afwisselende muziek tot klinken te brengen zonder gehinderd te worden door afleidende scenerieën en regisseurstrucs. In de vorm van een multimediaal recital, waarin opera-aria’s worden getransformeerd tot kamermuziek, krijgt de luisteraar ondanks dit concept toch een beeld van een periode in ’s componisten leven waarin de opkomst en ondergang van de opera aan het begin van de 18e eeuw in Engeland wordt geschetst.
In 1710 zette de vijfentwintig jarige Georg Friedrich Händel voet op Engelse bodem. Hij was inmiddels een bekende componist die vele operasuccessen in Italië op zijn naam had staan. De Engelsen moesten echter niet veel hebben van die Italiaanse malligheid, zij prefereerden Engelstalige muziektheaterstukken. Handel wist echter in korte tijd enthousiasme te kweken voor zij geliefde muziekvorm; de opera seria. Kenmerkend voor die vorm waren Da Capo aria’s die verbonden werden met recitatieven en de stereotype gewoonte van het op- en afgaan van de karakters. Verder werd grote nadruk gelegd op de virtuositeit van de zangers, vaak ten nadele van het plot of de actie Bovendien was er een sterke voorliefde voor allerhande “magische” tonelen en situaties. Na een laatste stuiptrekking, een tweetalige mengvorm, gaf Londen zich definitief gewonnen voor de Italiaanse opera. Handel stichtte samen met geldschieters en theatermanagers een Opera Academie die het ene succes na het andere op haar conto mocht schrijven. De ontwikkeling van het operasterrendom droeg in niet geringe mate bij tot die successen. Dit leidde al gauw tot excessen: de primi donni en primi uomi zetten soms de hele opera naar hun hand met specifieke eisen, wensen, grillen en gewoontes. Händel was daar vanaf het begin allergisch voor en had het ene conflict na het andere met de diverse zangeressen en zangers. De rol van geldschieters werd steeds belangrijker, want de dure theatrale effecten moesten steeds heviger en uitbundiger worden. Omdat de opera ook big business was kregen de (vaak adellijke) investeerders steeds meer macht. Al gauw kreeg Händel geduchte concurrentie. Een groep edellieden formeerde een nieuwe, nota bene “Koninklijke” Academy. Händel moest vechten.
Het publiek begon echter een beetje genoeg te krijgen van de eindeloze aria’s en recitatieven en de onwaarschijnlijke en ingewikkelde verhaallijnen. Het was tijd voor een revolutie. Die kwam met The Beggars Opera, waarin de recitatieven tot een minimum werden gereduceerd. De karakters konden ook komisch zijn en er was plotseling ook plaats voor een happy end. Dé troef van deze opera waren de meezingbare tunes. Händel probeerde te redden wat er te reden viel: nieuwe zangers, aanpassingen aan de nieuwe voorkeuren, maar het bleek vechten tegen de bierkaai. De beide operahuizen stevenden regelrecht op een faillissement af. Tot zijn grote verbazing werd een gelegenheidswerk op een Engelse tekst van de dichter Pope, Esther, een hype. Binnen de kortste keren werden er actieloze, maar prachtige en begrijpelijke oratoriums in het theater opgevoerd, vaak van de hand van Hándel zelf. En zo ontstond de bizarre situatie dat hij als oratoriumcomponist in concurrentie was met zichzelf als operaproducent. De hoogtijdagen van de Italiaanse opera in Londen waren geteld. Die van het oratorium konden beginnen.
|