POETICO ARMONICO
Sonata’s and psalms by Benedetto Marcello (1686-1739)
Ensemble Poetico-Armonico

-Peter de Groot, altus
-Lucia Swarts, cello
-Siebe Henstra, clavecimbel
Programma
1. Sonata voor Cello en Basso Continuo in e [1732]
-Adagio
-Allegro
-Largo
-Andante
2. Salmo ottavo. (Ps.8)
“O di che lode”
per alto solo e basso continuo (1724)
3. Suonata 1 in d voor cembalo (op. 3, c1712)
-largo
-allegro
-presto
4. Salmo decimoquinto (Ps. 15)
“Signor, dall’empia gente”
per alto solo con violoncello e basso continuo (1724)
toelichting
Benedetto Marcello was jurist en bekleedde in zijn leven verschillende belangrijke staatsambten. Daarnaast was hij lid van kunstzinnige academies. Hoewel hij compositielessen had genoten van gerenommeerde componisten als Gasparini en Lotti bleef en blijft hij voor velen een ‘amateur’, zij het in de beste zin van het woord. Deze kwaliteit liet hij overigens zelf bescheiden onder zijn naam zetten bij zijn gedrukte muziek, blijkbaar ongevoelig voor het feit dat sommige tijdgenoten hem bewonderend ‘principe della musica’ noemden. Behalve door zijn ironische boekje “Il teatro alla moda” (1720), waarin hij spot met de slechte gewoonten en gebruiken van het operabedrijf van zijn tijd, is hij beroemd geworden door de toonzetting van 50 psalmen onder de titel “Estro Poetico-Armonico.” op geparafraseerde psalmteksten van zijn vriend Giustiniani. Deze composities zouden van grote invloed blijken op de ontwikkeling van de Italiaanse muziek van de 18e eeuw. Zijn bedoeling met de psalmzettingen was om een zekere waardigheid in de devotionele muziek te herstellen, omdat de muziek van zijn dagen zijns inziens ten onder ging aan loze versierkunst, holle virtuositeit en belachelijk effectbejag. Deze kruistocht was hij al jaren eerder begonnen toen hij de beroemde operadiva Faustina Bordoni coachte. Het ging hem niet om de ornamentatie maar om het eerlijke affect en een mooie klank. En hij kreeg bijval! Elk der 8 delen werd voorzien van een voorwoord, telkens geschreven door een ander, café Florian Venzia onder hen grootheden als Bononcini, Matheson en Telemann. En de beroemde Padre Martini, de leraar van Mozart, noemde hem een voorbeeld op het gebied van contrapunt.
Een bijzonderheid is dat in 16 psalmzettingen elementen uit de Griekse en Hebreeuwse manier van psalmzingen worden gebruikt. Die melodieën had hij letterlijk bij de hand, want hij woonde op de hoek van de joodse wijk, naast een synagoge. Het presto uit de 15e psalm is een mooi voorbeeld van zijn hergebruik van joodse bronnen in barokmuziek.
Marcello’s werken voor klavecimbel hebben een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van de sonate, een vorm die later door Joh.Chr.Bach verder ontwikkeld zou worden. Zijn cello sonates, die tot op de dag van vandaag tot zijn meest gespeelde muziek behoren, zijn veel eerder geschreven dan hun drukjaar doet vermoeden. Sommige musicologen zetten zelfs vraagtekens bij het auteurschap van Marcello. Hoe dan ook, kenmerkt zijn muziek zich door datgene waartoe hij in het voorwoord van het eerste psalmboek oproept: de ‘nobele eenvoud’. En hiermee is een betekenisvolle stap gezet in een ontwikkeling die uiteindelijk van barok naar classicisme voerde.
|